Uncategorized

Tik ‘m aan ouwe!

Gisteravond was het dan eindelijk zover. Na jarenlang te hebben gewacht (lees: steeds net geen kaartje kunnen krijgen) was het onze beurt: Mijn vriend en ik gingen naar Najib Amhali! Al zijn dvd’s hebben we in huis, zelfs zijn programma bij de VARA hebben we aangedurfd. En nu zagen we hem in het echt: de leukste cabaretier van dit moment.

Omdat wij geen theatergangers zijn, mijn bezoek aan Paulien Cornelisse was een hoogstandje van culturele ontwikkeling van mijn kant, was het even wennen in de enorme zaal van de Harmonie. Op mijn kaartje stond: Links, rij 1, stoel 15. In al mijn onschuld dacht ik nog: Dat is vast vooraan aan de linker kant. (In mijn hoofd was de zaal opgedeeld in drie ongelijke delen: een linker kant, een groot middenstuk en een rechterkant. Links zouden we dus op de eerste rij zitten. Mooi scheef zicht op de voorstelling. Nee dus. Rij 1 betekent in de Harmonie helemaal vooraan. In het midden. Bijna met je snufferd op de microfoon van Najib. Oei. Vooraan. Iedereen weet dat dit de beste plekken zijn, maar ook de engste plekken. Want: stel je voor dat de komiek jou ineens voor gek zet..

Mijn angst hiervoor is niet helemaal ongegrond. De laatste keer dat ik namelijk vooraan zat bij een voorstelling, was toen ik ongeveer 9, 10 jaar oud was. Ik ging met mijn ouders en mijn broer naar een voorstelling van Mini & Maxi. Voor wie dit komische duo niet kent: de een is lang, de ander vooral erg klein. Ik zat tussen mijn vader en moeder op de voorste rij. Halverwege de voorstelling besloot Mini dat hij mijn moeder wel zag zitten. Hij bracht een serenade aan haar, knipperde wild met zijn ogen naar haar en liet haar zelfs giechelen! Ik snapte er niks van, wist niet dat dit onderdeel van zijn show was. Het stoom kwam me helemaal mijn oren uit toen Mini het lef had van het podium af te stappen en mij van mijn plaats te duwen. Ik heb staan pruilen als een peuter. En mijn vader kon alleen maar heel hard lachen.

Dat ik nu dus weer op de eerste rij zat, kon niks goeds met zich meebrengen, dacht ik. Zowel ik als mijn vriend waren ons er heel goed van bewust dat we wel erg zichtbaar waren voor Najib. Maar het ging goed. Heel goed zelfs. Geen vuiltje aan de lucht. Tot het moment vlak na de pauze. Mijn vriend heeft een hele harde, maffe, aanstekelijke lach die tot ver in de zaal doorgalmt. En hoe kon het ook anders: Najib Amhali besloot hem hierop te wijzen. “Ben jij dat, die daar zo de hele tijd zit te lachen?” En: “Je lijkt wel een muppet, ik dacht dat die altijd op het balkon zaten!” Wat was ik stiekem blij dat zijn aandacht niet op mij was gevallen, dat ‘ie mij niet een stomme vraag had gesteld, dat mijn mini-jeugdtrauma niet opnieuw waarheid werd. Wat fijn dat mijn vriend zo gek lacht. Om te laten zien dat Najib Amhali hem een sportieve gast vond, liep hij naar voren, strekte zijn vuist uit en zei tegen mijn vriend: “Tik ‘m aan ouwe!”

Gelukkig kon vriendlief er smakelijk om lachen, en hield hij steeds ‘contact’ met Najib (lees: een knipoog hier, tong uitsteken daar, heel intiem dus). En hij werd beloond, want aan het eind van de avond gingen wij naar huis met de drumsticks van Najib. Het loont dus om een muppet te zijn! En op de eerste rij zitten is best leuk!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s